Wat ik leerde van een peuter die zijn jas niet wilde aan
Eerst dacht ik: koppigheid. Toen ik ging zitten op zijn ooghoogte en luisterde, zag ik iets anders. Een klein verhaal over geduld en grenzen.
Het was vier uur 's middags en we moesten echt weg. Buiten begon het te miezeren, en hij stond met zijn armen kruisend over zijn buik. "Niet." Meer woorden hoefden er niet bij.
Mijn eerste reactie kwam vanuit mezelf: we lopen achter, doe nou gewoon. Ik weet niet of jullie dat herkennen, maar er is een seconde waarin je voelt dat je iets gaat zeggen wat je later niet meer wilt teruglezen.
De seconde waarin ik niets zei
Ik ging zitten. Op de grond, op mijn knieën, zodat ik kleiner was dan hij. En ik vroeg niet of hij zijn jas wilde aandoen. Ik vroeg: "Wat is er?"
Het bleef even stil. Toen zei hij, met een vlakke stem: "Hij kriebelt."
Hij wist niet hoe hij dat eerder had moeten zeggen, dus hij zei het zo: door zijn voeten in de aarde te zetten en niet te bewegen. "Niet." Dat was zijn manier om aan te geven dat iets niet goed was. Niet eens een protest tegen de jas. Een protest tegen het kriebelen.
Kinderen zeggen vaak iets anders dan wat ze bedoelen. Onze taak is om door te vragen, niet om door te drukken.
Wat ik meeneem
We hebben een ander truitje onder de jas gedaan. Geen drama. Geen victory speech. Gewoon: je hebt het me verteld, en ik heb geluisterd.
Sindsdien probeer ik bij iedere "Niet" eerst te vragen wat erachter zit. Heel vaak is het niet wat je denkt. Bijna nooit, eigenlijk.
En de jas? Die kriebelde inderdaad. Het labeltje. Eruit geknipt, klaar.
Anna Smink
Bedankt voor het meelezen.