Anna & Co.
Alle gedachten
Lezing 14 april 2026 2 min lezen

Aantekeningen van een avond over autonomie bij jonge kinderen

Twee uur die ik nog steeds nadraag. Drie dingen die me bijbleven over keuzevrijheid, en hoe ik ze in de praktijk teruglees bij de kinderen die ik begeleid.

Een korte avond, een volle zaal, en een spreker die het woord "autonomie" wist uit te kleden tot iets heel concreets. Ik schrijf hier op wat me het meest bijbleef, vooral omdat ik het de week erna in mijn werk al meerdere keren tegenkwam.

Eén · Autonomie is niet "kies maar"

De grootste misvatting volgens de spreker: dat we autonomie verwarren met onbegrensde keuzevrijheid. Een driejarige die voor de koelkast staat en uit alles mag kiezen, raakt niet meer autonomie. Die raakt overweldigd.

Autonomie betekent: kunnen kiezen binnen een veilig kader. Twee bekers, niet vijf. Rode of blauwe schoen, niet "kies een schoen". De kunst zit in het kader.

Twee · Het verschil tussen "mogen" en "willen"

Soms vragen we kinderen: "Wil je je tanden poetsen?" Maar dat is geen autonomie. Dat is een schijnvraag. Ze moeten hun tanden poetsen.

Geef autonomie waar je het écht kunt geven. En wees eerlijk waar het niet kan.

"Wil je eerst je linker- of je rechterbeen optillen om in je pyjama te komen?" Dat is wel een echte keuze. Het einddoel staat vast (pyjama aan), maar de weg ernaartoe is van het kind.

Drie · Autonomie en relatie hangen samen

Wat me het meest is bijgebleven: een kind durft pas autonoom te zijn als de relatie veilig is. Anders wordt elke keuze een test. Pas wanneer ze weten dat ze, wat ze ook kiezen, niet "minder" worden voor jou, durven ze écht zelf te zijn.

Ik denk daar nog vaak aan terug. Het is een mooie cirkel, eigenlijk. Relatie geeft veiligheid. Veiligheid geeft ruimte. Ruimte geeft autonomie. Autonomie geeft competentie. En competentie versterkt de relatie weer.

Dat hele CAR-model dus, gewoon zoals het de hele tijd al stond.

Anna Smink
Bedankt voor het meelezen.

Lees ook